Je hebt de weerles gevolgd op de boerderij en de digitale lesbrief op de website van de weerclub Gouda gelezen. Je bent nu vast slim genoeg om deze weerquiz te maken!

Foutje is niet erg!

 

1. Hieronder zie je 4 rijtjes met dingen rond het weer. Waar staan alleen maar weerselementen?

A. Regenmeter, luchtvochtigheid, windkracht, temperatuur

B. Neerslag, windrichting, bewolking, temperatuur

C. Luchtdruk, orkaan, neerslag, bewolking

D. Windrichting, luchtvochtigheid, ijspret; bewolking                       

 

2. Wat verstaan weerkundigen onder het weer?

A. Alle weerselementen bij elkaar gemiddeld gedurende een heel lange tijd in een groot

     gebied.

B. Orkaan, regenbui, sneeuw, zonneschijn

C. Alle weerselementen bij elkaar op een bepaalde plaats en op een bepaalde tijd.

D. Alle weer elementen  over de hele wereld op een bepaald tijdstip.

 

3. Welke bewering over lucht is helemaal waar?

A. Lucht bevat alleen zuurstof.

B. De luchtlaag boven ons hoofd is 10 kilometer dik.

C. Lucht weegt niets

D. Lucht bevat ook water.

 

4. Welke bewering over de zon is helemaal juist?

A. De zon draait om de aarde

B. De zon komt in het westen op en gaat in het oosten onder

C. Zonlicht dat op je gezicht valt was ongeveer 8 minuten  daarvoor nog op de zon.

D. Het zonlicht bestaat uitsluitend uit 1 kleur.

 

5. Welke eigenschap heeft lucht NIET?

A. Lucht kun je samendrukken

B. Lucht neemt plaats in, ook al zie je het niet.

C. Lucht bestaat uit moleculen.

D. Als je lucht warm maakt, wordt lucht zwaarder.

 

6. Welke bewering over luchtdruk is de beste?

A.Luchtdruk is in staat een stevig limonadeblik, waar de lucht grotendeels uit volledig in te drukken.

B. Luchtdruk is in staat om een los bierviltje onder een omgekeerde pot met 5 liter water zo tegen de

    pot te drukken dat het water in de pot blijft.

C. Lucht drukt ook op ons. Op elke duimnagel groot stukje wel 1 kg!

D. Alle beweringen zijn juist!

 

7. Welke bewering is juist?

A.Een regenboog ontstaat als zonlicht op regen- of ijsdruppels uiteenvalt in verschillende kleuren.

B.  Bliksem komt van elektrische stralen van de zon.

C.  Donder komt doordat wolken tegen elkaar botsen.

D. Regen ontstaat doordat wolken om laag zakken.

 

8. Wat klopt niet?

A. Wind waait van een gebied met hoge luchtdruk naar een gebied met lage luchtdruk.

B. Wind waait altijd in een rechte lijn.

C. In een gebied van hoge luchtdruk is het vaak mooi weer.

D. In een gebied van lage luchtdruk daalt de lucht.

 

9. I. Als een warme luchtlaag over een koude luchtlaag schuift kan er regen ontstaan.

  II. Ook als lucht tegen een berg omhoog schuift kan het gaan regenen.

A. Beide beweringen zijn juist

B. Alleen bewering i is juist.

C. beide beweringen zijn Niet juist.

D. Alleen bewering 2 is juist.

 

10. Welke bewering over de temperatuur is  NIET juist?

A. Als moleculen van bv een vloeistof sneller gaan bewegen, stijgt de temperatuur

B. Een bi- metaal thermometer maakt gebruik van het feit dat elk soort metaal anders uitzet.

C. Op de Noordpool kan het wel 1000 graden onder nul worden.

D. Een graad Celsius is het honderdste deel van het verschil tussen het kookpunt en vriespunt van

    water op een bepaalde hoogte.

 

11. Wat klopt niet?

A. Je kunt de luchtvochtigheid meten met mensenharen!

B. Je meet de luchtvochtigheid in milliliters!

C. Je kunt de luchtvochtigheid meten met een dennenappel!

D. Als het mist geeft een luchtvochtigheidsmeter 100% aan.

 

12. We meten 10 millimeter regen in onze regenmeter af.

      Hoeveel regen is er dan gevallen?

A. 1 liter op 1 vierkante meter

B.  1 centimeter op een vierkante centimeter

C. 10 liter op 1 vierkante meter

D. 1 cm op 1 vierkante decimeter.

 

13. Links boven staat de weerhut van de kinderboerderij.

De hut is speciaal gebouwd om de temperatuur goed te meten.

Zijn de eigenschappen kleur; binnen schaduw; ventilatie door spleten en hoogte allemaal belangrijk?

A. Al de eigenschappen zijn nodig om een goede  temperatuur te meten

B. De kleur is niet belangrijk

C. De hoogte is niet belangrijk

D. De spleten zijn niet belangrijk

 

14. Op de meter in het midden staat mm kwikdruk

Het meetinstrument meet:

A. de windkracht

B. de luchtvochtigheid

C. de luchtdruk

D. hoeveelheid regen

 

15. Welke beweringen over het weersinstrument (goed kijken)rechts zijn juist?

A. Je kunt alleen de windkracht mee vaststellen

B. Je kunt de metingen vergelijken met andere windmeters elders in het land.

C. Je kunt het zelf maken

D. Alle beweringen zijn  goed.

 

 

16.

Wat is Niet juist?

A. Wetenschap is zelf achter dingen komen door proefjes te doen.

B. Techniek is zelf dingen maken om te gebruiken of door mensen gemaakte dingen onderzoeken

C. Wetenschap en techniek zijn niets voor kinderen, te moeilijk!

D. In Nederland zijn er best veel banen voor wetenschappers en technici.

 

 

Deze pagina is in bewerking.