Lesbrief weerles kinderboerderij

Auteur: drs F.J. Kingma, coordinatie educatie

Deel I Inleiding en proefjes

We vonden het heel leuk dat je met je groep bij ons op de kinderboerderij een weerles hebt gevolgd.

Natuurlijk heb je er heel wat van geleerd, maar je vindt het misschien toch prettig om nog even wat dingen na te lezen. Vandaar deze lesbrief.

 

 

 

Wat is het weer eigenlijk?

Niets zo veranderlijk als het weer! Zeker in Nederland. Dan schijnt de zon, dan is het bewolkt en wat later regent het. Op de ene plaats kan de zon schijnen, terwijl het ergens anders hagelt.

Weer is de toestand van de dampkring op een bepaalde plaats en op een bepaalde tijd.

Klimaat is iets anders. Dat is het gemiddelde weer in een groot gebied over een lange periode (30 jaar!). In Nederland hebben we zoals je weet (of bij aardrijkskunde gaat leren) een zeeklimaat.

Het weer bestaat uit weerselementen zoals temperatuur, bewolking, luchtvochtigheid, windkracht, windrichting en luchtdruk. We gaan ze verderop nog eens verder bespreken.

In de dampkring, de lucht boven je en om je heen, spelen een aantal zaken een belangrijke rol:

lucht  zelf, vochtigheid en de zon. Als er helemaal geen vocht in de lucht zou zitten heb je dus ook geen weer!

                                                                                     

Lucht

Als je tegen de wind in fietst merk je dat lucht hoewel je het niet ziet het er toch is. Lucht is overal om je heen.  Je loopt eigenlijk op de bodem van een oceaan van lucht, waarvan het oppervlak  wel  100 km boven je hoofd is. Je ziet de lucht niet omdat lucht uit allerlei hele kleine deeltjes bestaat, de zogenaamde moleculen. Die moleculen zijn een soort hele kleine pingpongballetjes, die vrij door elkaar heen bewegen. Lucht bestaat uit gassen.

Er zijn verschillende soorten moleculen in de lucht. Stikstof komt het meeste voor en dan zuurstof en verder een beetje koolstofdioxide (de prik uit priklimonade).

De naam stikstof is juist. Je kunt er in stikken als er geen zuurstof bij zit.  Zuurstof heb je nodig om te kunnen leven. Bij het ademhalen haal je steeds zuurstof uit de lucht en je geeft er weer koolstofdioxide aan terug.

Verder komt er ook water in gasvorm voor in de lucht, niet als vloeibaar water of vast water, maar zo klein dat het onzichtbaar is. Als je nat geregend bent en thuis opdroogt gaat het vloeibare water over in de gasvorm. Het water verdwijnt dan dus niet, alleen je kunt het niet meer zien. Vloeibaar water en ijs (vast water) zie je wel, omdat de moleculen niet los van elkaar zijn, zoals bij een gas, maar dicht tegen elkaar gedrukt.

Dat vocht komt in de lucht doordat vloeibaar water op de aarde verdampt. Daarvoor hoeft het echt niet te koken. Je natte T-shirt droogt zoals je weet zelfs als het koud is. Sterker nog zelfs als het vriest. Kijk maar is wat er met je boterham gebeurt als je die in het vriesvak legt zonder plastic er om heen. Jijzelf geeft ook waterdamp af. Bij het ademen (adem maar eens tegen een spiegeltje) en als je zweet.

 Water in de lucht

We hoeven je natuurlijk niet te vertellen dat er naast water in de gasvorm ook vloeibaar - en vast water in de lucht voorkomen. Een regen- en hagelbui maakt dat wel duidelijk. Hoe kan dat nu, eerst zag je het water niet in de lucht en dan krijg je water op je kop?

Als je hard uitademt zie je als het warm is niets. Ga je echter naar buiten in de vrieskou, dan zie je damp. Hoe kan dat?

Lucht kan niet zo veel watergas( ook wel waterdamp genoemd) bevatten. Hoe kouder de lucht is, hoe minder. De watergasmoleculen gaan tegen elkaar aanzitten en worden hele kleine druppeltjes, zo klein dat ze blijven zweven in de lucht. Je kunt het niet aan de lucht zien of die vochtig is of droog. Je haren merken het wel. Zij worden langer als het vochtig is en korter als de lucht droger is. Men drukt de vochtigheid van de lucht uit in procenten. We noemen dat relatieve lucht vochtigheid, omdat die vochtigheid afhangt van de temperatuur. Als de lucht bij 20 graden een luchtvochtigheid heeft van 60% gaat dat percentage omhoog als de lucht afkoelt, hoewel er geen druppel water bij komt. De lucht kan gewoon als hij kouder wordt minder gasvormig water bevatten. Je meet de relatieve luchtvochtigheid met een hygrometer. De betere  gebruiken inderdaad haren van mensen of dieren. Jullie hebben op de boerderij ook de relatieve luchtvochtigheid gemeten.

Weerkundigen spreken verder van dauwpunt. Stel het is buiten 16 graden en het dauwpunt is 12 graden. Dat betekent dan dat als lucht afkoelt tot 12 graden er mist ontstaat. Je snapt wel dat het voor het weerbericht belangrijk is om het dauwpunt te weten.

Wat bij jezelf te zien is als je op je adem let als je  in de vries koude van binnen naar buiten gaat  (binnen zie je geen ademwolkje, maar buiten wel ), gebeurt in de lucht in het groot.

Wolken bestaan net als buiten je ademwolkje uit heel kleine druppeltjes. Een wolk zo groot als een huis bevat wel een bekerglas water!

Door bepaalde omstandigheden kunnen de zeer kleine waterdruppeltjes die te licht zijn om naar beneden te vallen samen gaan klitten tot grote druppels die niet meer kunnen zweven en daarom naar beneden vallen.

                            

 

Invloed  van  de zon

Je kunt als het niet bewolkt is niet tegen de zon inkijken, zo scherp is het zonlicht. De zon is een ster, die op 150.000.000 km van ons vandaan staat. Het licht komt met de lichtsnelheid op ons af. Dat is snel, nl. 300.000 km per seconde. Dat betekent dat het zonlicht dat op je gezicht valt 8 minuten geleden nog op de zon was!

De zon* zendt niet alleen licht uit maar ook warmte en andere straling. Het gekke is dat als zonlicht op de grond komt het gedeeltelijk wordt omgevormd in…warmte! Hierdoor, maar ook omdat er hoger in de atmosfeer  minder lucht is (hoe minder moleculen, hoe kouder), is het beneden warmer dan bovenop een berg!

De zon zorgt dus voor warmte en licht en dat heeft invloed op de aarde en de lucht daarboven.

 

Zoals je weet komt de zon in het oosten op en gaat in het westen onder. Dan wordt het nacht.  De zon is dan niet weg, maar schijnt aan de andere kant van de aarde, want de aarde draait om zijn as in 24 uur. We noemen dat een etmaal. Verder draait de aarde om de zon. Een rondje zon duurt een heel jaar! Tijdens dat jaar krijgt niet elke plek op aarde evenveel zonlicht. Daarom zijn er seizoenen, lente,  zomer,  herfst en winter.

 

Als je zomers op de camping wel  eens    s’ nachts buiten gelopen hebt, weet je dat als je met je zaklamp recht op de grond schijnt je een kleine kring met veel licht ziet. Als je de lamp wat schuiner houdt zie je meer, maar er valt minder licht op. Zo is het ook met de zon.  s’ Ochtends komt die laag op in het oosten en s ‘avonds gaat de zon laag in het westen onder. Het licht valt schuin in. Midden op de dag staat de zon het hoogst aan de hemel en valt het licht veel meer recht op de grond.

 

De zon staat niet elke dag even aan hoog aan de hemel. Dat hangt,  zoals we al gezien hebben,  af van of het winter, lente, zomer of herfst is.

Het zonlicht kan als het op regendruppels of ijsdruppels valt uiteenvallen in verschillende kleuren. Soms kleuren wolken heel mooi door het licht van de zon. Denk aan bv. de regenboog. Als je aan de achterkant van een CD- tje kijkt zie je ook alle kleuren van de regenboog. Wit zonlicht bestaat uit heel veel kleuren die als ze op een bepaalde manier op water of een CD- tje vallen in uit elkaar gaan en apart zichtbaar worden.

 

* Alleen voor professoren.  Op de zon smelten 2 van de aller kleinste  atomen- (waterstof atomen) samen tot een heliumatoom. Dat atoom is lichter dan de 2 waterstofatomen samen. Het beetje “stof”of massa dat verloren gaat wordt omgezet in energie (waaronder licht). We noemen dat kernfusie. Uit een klein beetje massa ontstaat   volgens professor Einstein  ontzettend veel energie. E (energie) = massa x lichtsnelheid in het kwadraat. Als jij zelf in energie zou worden omgezet, zou met die energie een groot deel van Amerika kunnen worden opgeblazen.

 

 

Elektriciteit in de lucht

Heb je wel eens gemerkt dat als je bv in de winter je trui uit trekt  er kleine vonkjes te zien zijn of te horen? Of dat je een schokje krijgt als je uit een auto stapt?

Als je met een doekje over een opgeblazen ballon wrijft kan die ballon papiersnippers aantrekken of een leeg limonade blikje over de tafel laten rollen zonder dat je er aan komt.

Deze soort elektriciteit ontstaat als bepaalde stoffen langs elkaar wrijven en wordt statische elektriciteit genoemd.

In de lucht kunnen ook luchtmassa’s langs elkaar wrijven waardoor elektriciteit zich kan ophopen en vervolgens kan ontladen in bliksem en donder.

Ga bij bliksem nooit lang uit op de grond liggen of onder een boom schuilen. Ga op je hurken zitten en maak je zo klein mogelijk. Het beste is echter om in een huis of een auto te wachten totdat het onweer voorbij is.

 

Veel meer over lucht

Op de kinderboerderij hebben we door proefjes te doen nog veel meer geleerd over lucht.

Daarmee kunnen we het weer beter begrijpen.

Lucht neemt plaats in

Een ping pong balletje dat op het water drijft kun je op de bodem drukken met een leeg glazen potje. Je kunt ook het balletje in een buisje boven het water in de bak laten drijven!

Waar lucht zit kan geen water komen! Een droog papiertje in zo’ n potje blijft op die manier ook droog als je het potje met de open kant naar beneden drukt.

Lucht heeft gewicht

Als je in een plastic waterfles met een fietsventiel er op  lucht pompt, weegt de fles zwaarder dan als je er geen extra lucht in pompt. Als je aan een dun bamboe stokje  aan elke kant een even ver opgeblazen ballon ophangt en je hangt het stokje aan een touwtje in het midden op, dan ontstaat er een soort weegschaaltje. Beide ballonnen hangen op gelijke hoogte. Prik je nu 1 ballon lek, dan zakt de weegschaal naar de kant van de volle ballon. Een volle ballon weegt dus wat zwaarder dan een lege.

 

Luchtdruk is niet mis

Als je een bierviltje op een lege pot legt, het aandrukt en de pot met het viltje omdraait valt het viltje op de grond. Doe je echter water in de pot dan blijft het viltje zitten. Het maakt niet uit of het een kleine pot is of een grote en of er veel of weinig water in zit. Dat is toch gek? Water is toch zwaarder dan lucht?

 

Als je met je handen een soort bergje in een bak met water maakt dan verdwijnt dat waterbergje weer snel. Als je echter een lege pot onder water brengt en vol laat lopen, dan kun je als je de opening onder water houdt de onderkant boven water uittillen zodat het water in de pot als een bergje boven water blijft zolang als je wilt. Doe je een pingpong bal in de pot dan lijkt dat balletje boven het water in de bak te drijven.

 

Zet een leeg schoon limonadeblikje met een beetje water op een kookplaatje zet en laat het water even doorkoken, zodat er een goede stoompluim uit komt. Pak nu met een oven hand schoen  het blikje en dompel het met de opening naar beneden in een bak water. Het blikje klapt in elkaar. Met een veel stevigere limonadesiroop blik die je niet kunt indrukken met je vingers gaat het ook. Draai dan wel eerst de dop op het blik. Doe dit proefje alleen als er volwassenen bij zijn.

 

Hoe leg je deze proefjes nu uit aan je moeder of je vader?

We hebben gezien dat lucht weegt. Onze duimnagel is ongeveer een vierkante cm groot. Daar drukt een luchtkolom op van 100 km. Die weegt ongeveer 1 kg. Dus op elke vierkante cm van je lichaam drukt de lucht met een kracht van 1 kg.Maar waarom wordt je duim bv. dan niet naar beneden gedrukt? Dat komt omdat aan de onderkant en de andere kanten de lucht net zo hard drukt. Druk je vuisten maar eens stevig tegen elkaar. Samen bewegen ze niet maar je drukt toch kei hard.  De beide krachten heffen elkaar op!

 

Nu de proefjes. Bij een lege pot met een bierviltje erop heft de druk van de lucht binnen de pot de druk van buiten op. Daarom valt het bierviltje. Doe je echter water in de pot dan is er minder of bij een volle pot helemaal geen lucht. Als het bierviltje goed afsluit dan drukt aan de buitenkant een kracht van 1 kg per duimnagel en aan de binnenkant alleen het water. Dat kan echter niet zo hard drukken en daarom blijft het in de pot ook al is dat eigenlijk best wel  gek.

 

Als je een leeg potje vol hebt laten lopen in een bak met water en je tilt het potje met de bodem uit het water, maar met de opening onder water, dan krijg je een waterbergje. Het water wil wel uit de pot de bak instromen, maar de lucht boven de waterbak is zo zwaar dat het geen plaats wil maken.

Weet je dat als je een buis hebt van 10 meter met een doorsnede van een duimnagel, dat je het water tot wel 10 meter boven de bak kunt krijgen? Als je geen water hebt maar het veel zwaardere kwik dan kan het maar 70 cm. Om luchtdruk te meten maken ze gebruik van zo’ n buis met kwik.

Op de kinderboerderij hebben we een hele mooie.

In een blikje met een beetje water zit ook lucht. Ga je koken dan drukt de zich vormende waterdamp de lucht uit het blikje. Als je nu het blikje omgekeerd in het water zet koelt die waterdamp af en wordt weer vloeibaar. Dat neemt echter veel minder ruimte in dan water in de gasfase. Buiten het blikje drukt lucht met een kracht van 1 kg per duimnagel en binnen is er nauwelijks lucht. Daarom klapt het blikje in elkaar.


 

Luchtdruk en wind.

Je hoort de weerman of vrouw vaak praten over een gebied met hoge luchtdruk of met lage luchtdruk. Lucht druk wordt aangegeven in hecto pascal. Vroeger in millibar. Dat zie je nog wel op oude barometers staan. Op de ene plaats is er meer lucht dan op de andere plaats. In het ene gebied drukt er op je duimnagel 1040 gram en in het andere gebied 980 gram aan lucht.

Als die twee een beetje in de buurt van elkaar komen dan stroomt er lucht van een hoge druk gebied naar een lage. Als je een ballon opblaast zit er in die ballon meer lucht dan in dezelfde ruimte er omheen. Het is een gebied van hoge luchtdruk. Als je het tuitje even wat los laat stroomt de lucht eruit. Dat is nu wind. Nu gaat wind nooit recht van een hoge  drukgebied naar een lage drukgebied,omdat  de aarde draait. Daarom zie je op weerkaarten en satelliet beelden ook altijd van die rare patronen.

 

 

Warme lucht zet uit

Doe een ballon op een lege plastic frisdrankfles.  Zet de fles in heet water.  Na even wachten zie je dat de ballon wordt opgeblazen. Als je de fles in koud water zet krimpt de ballon weer.

 

Lucht bestaat zoals we gezien hebben uit moleculen, een soort heel kleine pingpong balletjes.

Die gaan als het warmer wordt sneller bewegen. Ze hebben dan meer ruimte nodig en dringen het nog lege ballonnetje binnen.

Kinderen in een klas die steeds sneller gaan rondhollen botsen steeds meer met de wanden van de klas. Als die wat zouden meegeven dan zou de klas ook groter worden.

 

Warme lucht is lichter dan koude lucht

De lucht die in de ballon zit, zit niet in de fles. Dus in de fles zit minder lucht. Die is dan ook minder zwaar en gaat stijgen. Denk maar aan hete lucht ballonnen.,de lucht in de ballon wordt warm gemaakt en gaat stijgen.  Als je een spiraal op een papiertje tekent en uitknipt, vast maakt aan een touwtje en boven een warme radiator hangt gaat de spiraal draaien. De radiator warmt de lucht op en daardoor gaat de spiraal bewegen.

 

Warme en koude lucht en het weer; lage en hoge drukgebieden.

Warme  lucht is zoals we gezien hebben lichter dan koude lucht en kan meer watergas bevatten. Denk maar aan wat we gezegd hebben over je eigen adem buiten in de koude lucht en binnen in de warme lucht.

Als de warme lucht met veel watergas erin op stijgt wordt de lucht vanzelf kouder en kan dan minder watergas bevatten. Dan ontstaan kleine waterdruppeltjes en dat kun je zien als wolken.

Koude lucht met wolken kan gaan zakken en wordt dan warmer. Dan lossen de wolken op en kan de zon schijnen. 

In een gebied met lage luchtdruk heb je opstijgende lucht en dus veel wolken en in een gebied met hoge luchtdruk dalende lucht waarin de wolken oplossen.

Dus als de weerman op de  TV zegt dat er een lage drukgebied aan gaat komen (dat ziet hij aan de  barometer of luchtdrukmeter , want daar zie hij de luchtdruk zakken) weet je dat het bewolkt wordt en misschien wel gaat regenen. 


Jan Willem de Wit, de weerman van Weerclub Gouda

Andere manieren waarop wolken kunnen ontstaan.

Lucht kan ook moeten stijgen omdat de wind de lucht tegen een berg blaast. Ook dan wordt de lucht kouder en kan minder watergas bevatten. Ook dan ontstaan  er  fijne waterdruppeltjes en dus wolken.

 

Soms komt warme lucht koude lucht tegen en schuift er overheen. Dan wordt de lucht kouder en kan minder watergas bevatten, zodat er wolken ontstaan.

Dat noemen we een warmtefront.

Anders kan het ook. De koude lucht schuift onder de warme lucht. Dat noemen we een kou front.

 

In beide gevallen gaat warme lucht omhoog, wordt kouder en ontstaan er wolken.

 

Bij een warmtefront stond je eerst in koude lucht en wordt het warmer en bij een kou front was het eerst warm en wordt het kouder.

 

 

Deel 2 Weertechniek

Hoe meet je het weer ?

Bij de inleiding van de weerles buiten bij de stal van de kinderboerderij vroegen we aan je wat voor een weer het was.

Warm, koud, winderig, nat of droog? Je kunt door goed te kijken of te voelen daar gemakkelijk een antwoord op geven. Maar als je vraagt hoe warm het is, hoe hard het waait en uit welke richting, hoe vochtig de lucht is wordt het moeilijker. De een vindt het koud en de ander warm. De een vindt dat het hard waait en de ander vindt het wel meevallen. Handig is het dan als je iets hebt dat het weer kan “meten”. Bijvoorbeeld een thermometer, een windmeter of een meter die de vochtigheid aangeeft.

Mensen hebben altijd al dingen gemaakt om hun leven wat makkelijker te maken. Heel vroeger toen mensen nog van de jacht moesten leven maakten ze een pijl en boog om bv hazen te schieten. Er achteraan rennen was lang niet zo handig. Ze maakten vuur met o.a. vuurstenen, hutten om zich te beschermen tegen de kou.  

Als mensen dingen maken om te gebruiken dan noemen we dat  techniek. Het vak techniek  heb je vast op school.

Tijdens de les hebben we weersinstrumenten bekeken. Je kunt ook zelf weersinstrumenten maken. Beiden noem je techniek. We gaan het nu hebben over weertechniek.

 

Meten van de temperatuur

Een vloeistof, zoals bijvoorbeeld  spiritus bestaat uit heel, heel veel moleculen. Dat zijn een soort hele kleine pingpong balletjes.  Hoe warmer het wordt ,hoe sneller ze gaan bewegen. Het lijkt een beetje op kinderen op de speelplaats. Als ze in een groepje stil staan nemen ze niet veel ruimte in beslag. Als ze mogen spelen gaan ze druk bewegen en nemenveel meer ruimte in

 

r.

Links boven zie je een thermometer met daarnaast een flesje met spiritus en een dop met een rietje erdoor. Hoe warmer het wordt, hoe meer de spiritus gaat uitzetten en hoe hoger de spiritus in het buisje. Als je een streepje bij 0 graden zet(ijs) en bij 100 graden (kokend water –voorzichtig!-)  en die ruimte daartussen verdeelt, heb je een eigen thermometer!

Daarnaast zie je een soort wijzerplaat. Daarachter zitten een thermometer die uit twee stukjes op elkaar geplakt metaal bestaat. De stukjes zijn van verschillend metaal gemaakt. Een bi-metaal thermometer. Metalen, zoals ijzer zetten uit en worden dus langer als het warmer wordt. Het ene metaal doet dat meer dan het andere.

Het werkt een beetje zoals je twee handen die je met de palmen tegen elkaar drukt. Als je linkerhand tegen je rechterhand drukt ( die lijkt een beetje langer te worden)bewegen beide handen naar links. Omgekeerd naar rechts.C In het midden zie je een vloeistofthermometer, die wel dubbel lijkt. Links zie je een kwiklijntje stoppen bij 20 graden en rechts ook. Waarom 2 keer de temperatuur nu? Aan de linkerkant staat minimum en je ziet een blauw magneetpijltje wat gestopt is bij 3 graden. Rechts is het pijlmagneetje gestopt bij 30 graden. Je weet dus de temperatuur nu, de laagste en de hoogste temperatuur. Een minimum-maximum meter. Helemaal rechts zie je een elektronische thermometer.

Zou je zelf een thermometer kunnen maken?

 

Windkracht en windrichtingmeters

Natuurlijk kun je met je natte vinger de richting waarvan de wind vandaan komt vertellen. En je kunt aan de top van bomen zien of het niet of wel waait. Erg nauwkeurig is dat natuurlijk niet. 

Boven op het dak van de Kinderboerderij zie je windkracht en windrichtingmeters. Het kastje wat op een robot lijkt is de webcam. Als je naar www.weerclubgouda.nl gaat op school, dan kijk je vanuit deze camera naar het erf van de boerderij.Daarboven zie je drie halve bolletjes en rechts daarvan een niet goed zichtbaar windvaantje. Midden onder zie je zo'n elektronische windkracht (halve bolletjes) en pijltje (windrichting) nog een keer.Binnen heb je zo'n meter goed kunnen bekijken.

 

 Windrichting

Rechts boven zie je de windhaan op het dak van de ronde stal van de boerderij. Waar komt de wind nu vandaan?  Juist vanuit het smalste deel  van de haan. Binnen heb je ontdekt dat ook een draaibare kartonnen pijl met de smalle kant wijst vanwaar je blaast. Zijn kop. Die staat ook dichterbij de poot waaraan de meter vast zit. De wind komt dus uit het oosten! Als je een windrichting meter wilt maken moet je zorgen dat je een soort pijl maakt. Voorkant smal en achterkant breed en je moet de pijl zo vastmaken dat de voorkant dichterbij zit dan de achterkant. Een windvaan wijst dus altijd naar de richting waar de wind vandaan komt.

                                                                         

 

Windkracht 

Rechtsonder zie je een elektronische windrichting - en windkrachtmeter die je ook op het Weer plein en het dak van de boerderij en zelfs binnen zag. Het windkrachtdeel bestaat uit 3 schoepjes. Hierboven zie je 2 manieren om dat na te bouwen. Je moet dan wel het aantal keren dat de schoepjes ronddraaien tellen. Het kan ook zoals midden onder. Gewoon een dik velletje papier of karton dat opgehangen is. Je moet er dan wel voor zorgen dat je de opening naar de wind keert. Waarom?

Tot slot een een zelfgebouwde windkrachtmeter. Kun jij ook zoiets maken?

 

                

 

 

Neerslag (regen, hagel, sneeuw), vochtigheid en wolken

                    

Regenmeters

Even rekenen!

Links boven zie je een tuin regenmeter. De streepjes geven millimeters aan. Let op GEEN Milliliters! Wat betekent het nu als er bv 1 millimeter regen is gevallen. Je weet van rekenen dat een millimeter een duizendste meter is. Een meter bestaat uit 10 decimeter, 100 centimeter en duizend millimeter. Je weet ook, of je krijgt het bij rekenen wat oppervlak is. Dat is lengte maar breedte. Zet  eens op het schoolplein met krijt  een oppervlak van 1 meter lang en 1 meter breed uit.  1 vierkante meter bevat , 100 vierkante  decimeters , 10.000 vierkante centimeters en 1.000.000 vierkante mm.

Stel dat daar 1 millimeter regen op valt op het door jou uitgezette vierkant. Dan is dat gelijk aan 1 liter water. Als er 10 millimeter  of 1 cm op valt dan is dat gelijk aan 10 liter water of wel 1 emmer. Kun je je voorstellen dat je bij 100 millimeter regen een overstroming krijgt?

De millimeters in de regenmeter linksboven geven dus het aantal liters regen op een vierkante meter aan. Omdat de opening van de meter veel kleiner is dan een vierkante meter hebben ze het wat omgerekend. 

In het midden zie je  de regenmeter op het Weer plein op de boerderij. Het bovenste deel vangt de regen op en vormt een soort trechter. De regen komt in een plastic fles in het onderste deel. Je moet de regenmeter dus open maken en met een maatglas meten hoeveel er gevallen is. Het voordeel van deze meter is dat ook al is het heel warm er geen water kan verdampen. Dat kan in de tuinthermometer wel en dan meet je minder regen dan dat er is gevallen.

Rechts zie je een elektronische thermometer. Zoals je gezien hebt op de boerderij komt de opvangbak uit op een soort wipje dat als er  een bepaalde hoeveelheid regen valt omwipt en leegloopt. Een tellertje telt het aantal keer dat het wipje op en neer gaat. Slim, niet?

Water in de lucht (luchtvochtigheid- je ziet het niet, behalve als het wolken zijn)

We hebben al eerder gezien dat lucht- ook de lucht die je nu uitademt- water bevat en dat als het koud is er minder water in de lucht kan zitten dan als het warm is. s’ Winters kun je dat goed zien aan je eigen adem. Buiten zie je het vocht in je adem en binnen niet. Kun je het onzichtbare vocht in de lucht om je heen ook meten? Ja wel degelijk! Zelfs met dennenappels en mensenharen!

 

Een dennenappel gaat open als het droog wordt en sluit als het nat wordt. Dat is slim, want de gevleugelde zaden kunnen als ze nat zijn niet vliegen. De binnen -  en de buitenkant van de schubben van de dennenappel krimpen niet even hard als ze droog worden. De buitenkant krimpt sneller. Het lijkt een beetje op de bi -metaalthermometer en je eigen tegen elkaar gedrukte handpalmen. Als je rechterhand kromt naar rechts gaat je linkerhand mee en omgekeerd. Zo kun je zelf een vochtigheidsmeter of hygrometer bouwen!

Wist je dat je van je haar een vochtigheidsmeter kan maken Midden boven zie je een zelfgebouwde. Neem een flink aantal lange haren, ontvet ze met nagellak remover en span ze zoals in het voorbeeld.

Op de derde foto zie je een betere haarhygrometer. In het blauwe kastje rechts zag je in in de les een bundel haren. Deze meet met het onderste schrijvertje de haarlengte. Doordat de trommel langzaam draait kun je s'avonds zien hoe de luchtvochtigheid is veranderd. Het bovenste schrijvertje schrijft de temperatuur.

 

Wolken


Het is niet moeilijk om een wolkenkijker te maken. Gewoon een spiegel op een plankje met een kompas, zodat je kunt zien wat voor een wolken er te zien zijn en in welke richting de wolken waaien.

Luchtdruk

We hebben heel veel spannende proeven gedaan met luchtdruk. Weet je wel, dat kartonnetje dat  5 liter water tegen hield? Kun je die luchtdruk ook eenvoudig meten? Ja, dat kan met een jampot barometer!

Pak een schone jampot. Span daar strak een stuk ballon omheen met elastiek en plakband.

Lijm daar een leeg koffiemelk cupje op met daar weer een sateh prikker boven. Bij de wijzer kun je een liniaal houden. Als de luchtdruk hoger wordt, wordt de lucht in de pot ingedrukt en gaat de wijzer naar beneden en als de luchtdruk omlaag gaat, gaat de wijzer omhoog. Helaas moet de temperatuur wel gelijk blijven! Warmte doet de lucht uitzetten hebben we geleerd.

 


 

 

Je kunt de luchtdruk ook op een andere manier meten.

Vroeger gebruikte men een zogenaamd donderglas. Een soort kan met een smalle tuit. Je moet de kan door de  half vullen en daarna wat schudden. Je hebt in de kan wat lucht gevangen met een bepaalde luchtdruk. In het begin staat de spiritus in de kan en de tuit op gelijke hoogte. Maar als de luchtdruk buiten lager wordt dan de gevangen lucht binnen, dan drukt die de spiritus in de tuit omhoog. Als de luchtdruk nog lager wordt buiten spuit de spiritus uit de tuit. Gedonder in de glazen.

Bij de metaalbarometer 3 e van links heb je een soort metalen trommel met heel weinig lucht. Tijdens de les kon je op die trommel drukken en zag je dat dan de wijzer beweegt. Dat gebeurt ook als de luchtdruk stijgt of daalt. Slim uit gevonden,niet?

Dat is nu techniek!

Tot slot de kwikbarometer. Bij de weervitrine in de kantine hangt een hele dure. Maar eigenlijk werkt die hetzelfde als een plastic buisje met een golfballetje zoals in de les. Alleen de luchtdruk kan wel een waterbuis van 10 meter hoog aan. Lastig aflezen als je niet zo groot bent. Kwik is veel zwaarder en de kwikkolom veel lager.

 

Tot slot

We hopen dat je niet alleen de weerles leuk hebt gevonden, maar dat je nu ook veel meer snapt van het weer en hoe dat gemeten wordt.

Maar je hebt meer gedaan. Door proefjes te doen heb je geleerd hoe professoren en wetenschappers aan kennis komen. Helemaal niet zo moeilijk. Je kunt zelf proefjes doen. Kijk  maar naar www.proefjes.nl . Maar je hebt ook weerinstrumenten  bekeken en je weet sommigen ook te maken. Je weet nu hoe technische mensen werken. Ook dat is niet zo moeilijk!

Misschien word jij later wel wetenschapper of technicus!

Ook heb je zelf een opdracht uitgevoerd en ontdekt dat de temperatuur, de luchtvochtigheid en de wind niet overal gelijk zijn. Die hangen af van de plaats en de tijd waar je meet.

Als je verder kijkt op de website www.weerclubgouda.nl zie je nog veel meer leuke  opdrachten. Ook op internet!